עצ החיים פורח

De Bloeiende Levensboom

Interviews

Ellen Cohen (1947).

 

Soms blijkt dat een interview afnemen over de expressie van de Joodse ziel bijzonder lastig kan zijn. Ook wanneer diegene het thema onmiddellijk ziet als een prachtig motief voor een schilderij. Voor Ellen Cohen is het moeilijk voorafgaand iets in haar werk als expressie van haar Joodse ziel aan te wijzen.

“Ik ben een geassimileerde Jodin en heb nooit problemen gehad met mijn identiteit. Ik heb nooit getwijfeld aan wie ik ben. In mijn schilderijen houd ik me niet bezig met typisch Joodse onderwerpen en met het Joodse geloof heb ik ook niet zoveel op. Het is me te vrouw onvriendelijk.”

 

Later in het interview zal ik pas begrijpen waarom we toch verder konden gaan. Toen kwam het nieuwe project van haar aan de orde waarin ze portretten maakt. De gelijkenis is niet waarop ze zich toelegt. “In Friesland zijn er vele portretschilders, die daar beter in zijn. Voor mij is de essentie, om iets van de ziel van de geportretteerde er in weer te geven. Daar zoek ik naar.”

In dit proces is ze geregeld genoodzaakt het geschilderde met wit over te schilderen, om daarna een nieuwe poging te doen die ziel er beter in te vatten. Ze moet dus wel iets van onze moeite om haar ziel in haar werk te ontdekken herkend hebben.

 

Via verschillende ingangen is het ons toch gelukt om samen met Ellen verschillende facetten van de expressie van de Joodse ziel, ook in haar werk bloot te leggen.

Eén vraag die we niet tot een oplossing hebben kunnen brengen: “Is het niet te pretentieus een kwaliteit als expressie van de Joodse ziel te benoemen?”

Ellen Cohen vindt het al pretentieus zich zelf als kunstenares te presenteren. Ze wil veel liever als schilderes gezien worden.

Wij geven ons zelf de vrijheid om door deze haar sierende bescheidenheid heen te dringen. Zonder deze vrijheid is het maken van onze mozaïek van expressies van de Joodse ziel onmogelijk. Met het maken van dit mozaïek willen wij de geïnterviewden niet apart zetten, maar een beeld geven van zijn of haar uniciteit. Dezelfde uniciteit waarnaar Ellen op zoek is wanneer zij haar portretten vorm geeft.

 

“Ondanks het feit dat je zegt dat je een geassimileerde Jodin bent presenteer je jezelf toch als Joods. Waarin onderscheid je je dan van de ander?”

“Door wat eeuwen lang met Joden is gebeurd, zit er iets in onze genen, zal ik maar zeggen, waardoor je toch even iets anders bent, dan iemand die dit verleden niet heeft. Interessant genoeg hebben ze onlangs het gen van de Coheniem ontdekt. Een gen dat het geslacht van de Coheniem verbindt met hun voorouders ten tijde van de exodus uit Egypte. Een gen dat anderen buiten dit geslacht niet hebben. Ik zeg wel dat ik volledig geassimileerd ben maar ik weet dat er iets in mij is dat nooit kan assimileren. Ik draag dit met me mee. Wanneer mensen er naar vragen is dat goed, wanneer ze me er niet om vragen is het ook goed. Ik ben er niet luidruchtig over.”

 

“Is dit gen werkzaam?”

“Natuurlijk is het werkzaam. Want ik ben wat ik ben. In de ontwikkeling die je door maakt zal het absoluut een rol spelen. Hoe en wat vind ik moeilijk uit te leggen.”

 

“Juist over deze uitwerking gaat dit interview. In een volgend interview willen wij graag Job Cohen hebben. Hij staat bekend als de Joodse burgemeester van Amsterdam. Wij zijn benieuwd naar wat Joods was in zijn bewind.”

“Voor mij is de menselijke manier waarop hij problemen probeert op te lossen herkenbaar. Dat vind ik Joods. Jood zijn is voor mij het streven ‘Mensch’ te zijn.”

(De uitspraak, die Ellen gebruikt is moeilijk op papier vast te leggen. Toch is hier geen vergissing mogelijk. Het gaat hierbij om de betekenis van het Jiddische woord Mensch. In het Jiddisch betekent Mensch een persoon met de karakteristieken van rechtschapenheid, waardigheid, met een gevoel van wat correct is, verantwoordelijk en welgevoegelijk.)

 

‘I have seen civilization’

I have seen civilization

In de hoek van het atelier staan twee werkstukken gemaakt van keramiek op oude houten dingen. Ze maken deel uit van een serie met de naam ‘I have seen civilization’.

Het was een serie van vijf, met allemaal gemartelde mensen, die Ellen Cohen jaren geleden gemaakt heeft toen ze een aantal dingen moest verwerken. Van deze serie zijn twee werkstukken overgebleven.

 

 

Eerste werkstuk:

Het eerste werkstuk heeft als ondergrond een twintigtal ronde houten balkjes horizontaal boven elkaar geplaatst. Drie uitgemergelde ceramiek figuren (oorspronkelijk waren het er vier) zijn in een strijd gewikkeld om naar boven te klimmen. Dat zie je aan hun klimhouding.

De spanning in hun magere lichaam is waarneembaar. Eén ervan is nog onderaan van wat een soort ladder lijkt te zijn, de tweede is al bijna boven aan gekomen. Onder de ladder zijn in het hout vier nisjes uitgebeiteld. In allen hangt een sleutel.

 

Tweede werkstuk:

‘I have seen civilization’ 2

Het tweede werkstuk heeft als ondergrond een oude grijs geblauwde plank ongeveer 15 centimeter breed en 120 centimeter hoog. Ook hier, onderaan een nis met sleutels met er boven op verschillende hoogten twee figuren van roodkleurig ceramiek. Het onderste figuur zit op zijn knieën met het hoofd naar beneden en de armen voor zich uitgestrekt. Helemaal in elkaar gedoken. Het bovenste figuur is ook helemaal in elkaar gedoken maar is tevens geboeid door touwen.

 

Zoals Ellen zegt: “De sleutel is een symbool. Je kunt iets op slot zetten en je kunt er iets mee openen.” Zij kiest altijd voor het openen.

 

Wanneer wij met dit symbool voor ogen naar beide werkstukken kijken zien we de gemartelde mens op het moment van zijn lijden, maar tegelijkertijd wordt ons iets verteld over de hoop die altijd aanwezig is. Het diepe weten en misschien wel de enige troost dat deze mens ook de kracht bezit de trauma's van de marteling te overwinnen en instaat is zich weer op te richten. Deze hoop heeft zijn invloed op beide werkstukken, hoewel ze beiden een zwaar beeld geven drukt de sfeer ervan ons niet neer. Op de een of andere manier zit in beiden een verborgen kracht opgesloten.

 

“Deze serie zou ik de expressie van mijn Joodse ziel willen noemen. Want het maken ervan had heel duidelijk te maken met het verwerken van ons gemeenschappelijke verleden. Wat na die verwerking gebeurde? Ja, ik blijf Joods zoals we al zeiden, maar met dit thema ben ik niet meer bezig. Dat is afgerond, klaar, over, streep er onder! En dat was het.”

 

 

 

‘I have seen civilization’ 3

 

 

 

 

‘I have seen civilization’ 4

 

 

 

 

 

‘I have seen civilization’ 5

 

“Wat is er daarna ontstaan?”

“Een opening. Een opening om door te gaan.”

 

“Dit sluit zo aan bij de expressie die we vermoeden aanwezig te zijn. Volgens ons is dit de kunst van het Jood zijn. Vanuit het in contact staan met een innerlijke kracht zich de mogelijkheid verschaffen het leven doorgang te geven. De blokkades overwinnen om iets nieuws te laten ontstaan uit een verleden. Een steeds weer terugkerend Pesach verhaal. Een zich fysiek bevrijden van, een zich geestelijk ontworstelen aan.”

 

Deze manier van kijken, horen we terug wanneer Ellen vertelt over haar benadering van een van haar andere projecten: ‘het verdronken land’.

Schilderijen:

‘Waterwereld’ uit de serie het verdronkenland 1.

Het verdronken land: WATERWERELD

“Dit schilderij maakt deel uit van een project waarmee ik erg bezig geweest ben. Het thema is het verdronken land. Ik woon in een gebied waar de bodem daalt en het water stijgt. Erosie vind ik interessant. Dingen die verdwijnen om plaats te maken voor het nieuwe is een fenomeen dat me zeer boeit. Natuurlijk maak ik me zorgen over de ‘bedreigde’ natuur, maar het beangstigt me niet. Ik denk dat alles wat er gebeurt, voortkomt uit het Akasha-veld, het nulpuntveld of het collectief onbewuste. Akasha is Indiaas voor ether. De theorie er achter kan ik niet precies uitleggen, maar mijn gevoel vertelt me gewoon dat het klopt. Erosie is daarom niet bedreigend voor me. Ik weet dat alles wat zich voordoet met elkaar in verband staat. Ik merk dat er mensen zijn die deze schilderijen eng vinden. Voor mij is het onderwerp helemaal niet bedreigend. Daarvoor ben ik te veel verbonden met de geschiedenis van de aarde, van de natuur. De zee neemt, de zee geeft. We hebben niet het eeuwige leven in de vorm zoals we hier nu zitten en dat accepteer je. Vanuit deze visie benader ik alles wat plaatsvindt, vanuit mijn geloof in het oneindige. Alles blijft zich herhalen. Het steeds weer vruchtendragen.”

 

Wanneer wij naar het schilderij kijken, valt ons de lichtheid en de levendigheid er in op. Terwijl het onderwerp toch niet echt vrolijk stemt is er geen treurnis of weemoed in te herkennen. Voor ons is er inderdaad sprake van een zeker mededogen ten opzichte van het natuurverschijnsel erosie. Een mededogen dat je alleen kunt opbrengen wanneer je beseft dat iets nooit het einde is en dat iets nooit op zich zelf staat.

 

“Voor mij is een kenmerk van een goede Jood dat ze mededogen hebben. Niet hoog opgeven over iets. In je eigen omgeving iets proberen te bewerkstelligen opdat er een rimpel effect ontstaat.”

 

Een tweede schilderij uit dezelfde serie: ‘Te leven is alles, de dood is niets.’

 

 

 ‘Te leven is alles, de dood is niets.’

 

 

 

“In het begin van ons interview zei je dat je de expressie van de Joodse ziel een mooie titel vindt voor een schilderij. Stel dat je dat schilderij vorm zou geven wat zou je dan schilderen?”

“Een kop, ein Mensch! Mensch vind ik een echt Joods woord, waar veel mensen de strekking niet van begrijpen maar voor mij alles is.”

 

Deze vorm stemt, misschien niet zo toevallig, overeen met het project waaraan Ellen momenteel aan het werk is. Het maken van portretten. In het schilderen ervan zoek zij naar de relatie tussen de ziel en het portret.

“Het model kan nog wel alleen maar contact hebben met zijn of haar ego (ik- of spiegelbeeld), ik zoek altijd naar de ziel.”

 

“Is het misschien typerend voor ein Mensch dat hij of zij altijd probeert zielen-contact te maken? Dat de Mensch altijd de Mensch in de ander wil ontmoeten?”

“Ja, dat is zo, maar wanneer ik een portret maak ben ik daar niet zo mee bezig. Het is een creatief proces. Ik ga net zo lang door totdat ik die ziel te pakken heb.”

Portret

Wanneer wij het interview afsluiten zijn Ruthie en ik het er over eens dat we een bijzondere schilderes ontmoet hebben. Een schilderes die schildert van uit haar Mensch zijn en dat dit haar expressie vorm en kleur geeft.

 

 

 

Kowhai

Michaeli Barak

 

 

 

Ons Logo

Copyright © All Rights Reserved