עצ החיים פורח

De Bloeiende Levensboom

Interviews

Michaeli Barak (1947)

 

Dit ben ik

Als Joodse verhalen verteller wil ik schrijven over de schoonheid van het Jodendom in al zijn facetten. Deze schoonheid vind ik terug in zijn kunstuitingen, maar ook in andere vormen van expressie. Identiteit heeft (geeft) een scheppend vermogen. Voor mijn verhalen van nu wil ik mensen ontmoeten die zich op een of andere wijze kenbaar maken als Joods, van wie de expressie in de wereld zichtbaar is en waarmee kennisgemaakt kan worden.

 

Tijdens mijn wereldreis schreef ik verhalen naar aanleiding van ontmoetingen met de lokale bevolking van de landen die ik aandeed op mijn kayakreis van Amsterdam naar Lombok, Indonesië. Door te vertellen over hun manier van leven, de gebruiks-, de kunstvoorwerpen, gebouwen die zij maakten probeerde ik de schoonheid van hun cultuur, die verloren dreigde te gaan, te laten zien. Dit laatste gebeurde vaak omdat men opkeek naar de westerse en of Amerikaanse manier van leven en zich die eigen wilde maken. Met als gevolg dat op vele plekken die ik toen aandeed een koude, zielloze expressie zijn intrede had gedaan. Waardoor vaak de harmonie in een gemeenschap, maar ook tussen de mensen en de natuur, tussen de mensen en de wereld waarin zij leefden verbroken werd. Een gevolg dat ze vaak zelf al aangevoeld en of ervaren hadden. Door het lezen van mijn verhalen in hun kranten en tijdschriften hebben enkelen van hen besloten delen van de expressie van hun oude identiteit weer levend te maken en of er een nieuwe uitdrukking aan te geven. Een van de projecten die opgestart werden, bijvoorbeeld in Indonesië, was het onderrichten en professionaliseren van de dorps acupuncturisten. Een deel van de gezondheidszorg keerde daardoor van uit de verre, vaak onbereikbare stad terug naar het platteland. Een ander meer bekend project was het opnieuw introduceren van het gemeenschappelijke communale gasthuis. Vroeger bestonden in de dorpen deze plekken waar passanten konden uitrusten. Dit was de expressie van de gastvrijheid van de gemeenschap. Die reizigers verdwenen. Nu wordt deze hartelijkheid aangeboden aan toeristen. Niet alleen om het economische voordeel maar ook om de toerist de schoonheid van hun dorp en hun omgeving te laten beleven. De toerist in deze kleinschalige accommodaties bevestigt iedere keer weer de waarde van de cultuur waarin hij op bezoek is. En de dorpeling? Hij gelooft weer in zijn eigen wereld, de ander komt hem immers bezoeken. Deze herwaardering door de ogen van de ander maakt zijn cultuur opnieuw tot het fundament van zijn toekomst.

 

In 2007 keerden wij, Ruthie en ik terug naar Nederland. En hier vonden wij ons thuis. Een ander thuis dan het huis dat we voor onze reizen verlieten. Geen wereldreis trekt ons nu nog aan, maar wel een zwalken door dit thuis. De schoonheid er van te ontdekken en deze in onze verhalen vast te leggen is mijn nieuwe uitdaging. Er vallen zoveel kamers te beschrijven.

Ik ben een Joodse verhalen verteller daarmee zeg ik impliciet dat ik de behoefte heb om over de schoonheid van het Jodendom te schrijven. Dat er ook binnen het Jodendom een andere zijde aanwezig is zal ik niet ontkennen, maar die kant is niet wat ik zoek of waarmee ik naar buiten wil treden.

Wanneer ik nu zeg dat ik Joods ben, geef ik daarmee bewust de boodschap af, dat ik iets vertegenwoordig van die gemeenschappelijke identiteit. In mijn jeugd heb ik mijn ‘Jood - zijn’ vaak gebruikt en soms ook misbruikt als een verklaring en of als reden van mijn anders zijn. Lang was het eerder een strijd met de anderen, dan een bewust zelf gekozen onderscheid. Langzaamaan groeide echter het besef dat ik een slaaf van de anderen was geworden. De anderen plaatsten mij in dat hoekje van Jood zijn en vanuit dat hoekje reageerde en handelde ik. Zonder dat ik de Jood kende. Ik was immers opgegroeid in een niet Joodse omgeving. Ik gaf een antwoord zonder besef aan wat ik moest beantwoorden of van waaruit ik een eventueel antwoord zou kunnen putten. Van deze desoriëntatie moest ik mijzelf bevrijden. Ik moest deze mij in feite 2 keer opgelegde Joodse identiteit leren kennen. De eerste keer mij ongevraagd gegeven bij mijn geboorte. De tweede keer mij toe geschreeuwd door mijn omgeving. Of op een andere manier aan mijn vreemdelingenschap ontsnappen. Ik koos voor het tweede, want het Joodse was te ver van mijn huis. Ik werd een Israëli en ontleende mijn identiteit voor een deel daaraan. Voorgoed was ik de ander geworden. Maar in de rol van die ander was ik toch vaak nog een vreemdeling. Daar waren toen in Israël velen van. Zo vond ik nu toch wat rust en heb de tijd genomen om me in het Joodse te verdiepen en van daaruit te beantwoorden aan wat er in het leven van me gevraagd word. En nu ben ik vrij. Ik heb mijn antwoord op mijn Jood zijn gevonden. Het is mijn thuis van waaruit ik de wereld tegemoet treed.

In essentie komt het voor mij er op neer dat een Jood verklaart, dat hij zijn identiteit onderwerpt aan iets dat boven hem uitstijgt - het Hogere - , dat onveranderlijk is. Zijn individualiteit is alleen maar een klankbord die zijn Joodse identiteit expressie geeft en op deze wijze aan het Jodendom ontelbare, unieke, schakeringen van kleuren toevoegt.

 

Naar deze ontelbare, unieke, schakeringen van kleuren ben ik nieuwsgierig. Hierover wil ik in mijn verhalen vertellen en ik hoop dat zij een mozaïek vormen dat een deel van de schoonheid laat zien van het hedendaagse Jodendom.

Een mooi fundament om een toekomst op te bouwen.

 

Kowhai

Michaeli Barak

 

 

Copyright © All Rights Reserved