עצ החיים פורח

De Bloeiende Levensboom

Interviews

Carla da Silva

 

 

Cartla da Silva

Tijdens een lezing over ‘Gevaarlijke Bijbelse vrouwen in de schilderkunst”, waarin Carla da Silva op een boeiende wijze laat zien dat de oudtestamentisch dames niet altijd zulke lieverdjes waren, laat Carla zich verleiden om een andere passie van haar ten gehore te brengen.

 

Het Jiddische lied.

 

Wat zij daarin laat horen is voor ons aanleiding genoeg om haar om een interview te vragen. De Joodse expressie is daarin zo duidelijk aanwezig. In het kader van onze zoektocht moeten we wel nieuwsgierig zijn naar de vertolker ervan, de zangeres er achter. Zij moet toch wel iets over de Joodse identiteit en de expressie ervan te vertellen hebben.

 

 

We hebben een beetje kennis van Joodse namen. Hebben we het erg mis wanneer we de afkomst van de naam da Silva ergens in het decor van het Iberisch schiereiland plaatsen?

Da Silva is inderdaad een van de meest voorkomende namen in Portugal. De betekenis is overigens ‘uit het woud’. In de 10de en 11de eeuw kwam het aannemen van een familienaam bij Sefardische Joden (Spanje, Portugal, Italië) in gebruik. In de vroegste geschiedenis hadden Joden geen achternaam. Er werden namen gebruikt als David ben (zoon van) Jozef of Mirjam bat (dochter van) Aäron. De Joden in Portugal kozen vanwege de politieke situatie in die tijd vaak voor een zeer onopvallende achternaam. Een naam, die niet automatisch vanzelfsprekend naar hun Joodse identiteit verwees. Ze zochten naar een zekere anonimiteit en gaven daarmee ook hun neutraliteit aan. Het was de periode die namelijk samen viel met de reconquista (een Spaans/Portugees woord voor herovering) van de christelijke heerschappij op de islamitische.

 

Je bent van Sefardische afkomst zou het dan niet logischer zijn dat jouw muziek keuze het Ladino zou zijn in plaats van het Jiddisch?

Mijn vader was Joods, mijn moeder niet, dus zo logisch is het ook weer niet. Ik heb al jong kennis gemaakt met volksmuziek en vooral de Oost-Europese en Turkse muziek (en dans) heeft mij geraakt. Ik heb lang in een dansensemble gedanst en dan leer je deze muziek goed kennen. De mensen waarmee ik heb gedanst zijn nog steeds als familie voor mij. De Klezmer heb ik toen ook leren kennen, maar ik ben mij pas later in het Jiddische gaan specialiseren.

De Spaans-Joodse muziek, de ballades in het Ladino hebben mij nooit zo aangesproken, hoewel ik het wel mooi vind. De taal geeft mij niet de herkenning die het Jiddisch mij gaf. Toen ik Shura Lipovski er over hoorde vertellen op een van haar workshops voelde dat als thuis komen. De Jiddische taal heeft diepe lagen en is voor mij de taal van de ziel.

Het Jiddisch is aards, het heeft ook wel wat weg van het Gronings trouwens! In de liederen is de Jiddische cultuur, het Joodse leven en de Joodse kijk op de wereld heel duidelijk aanwezig.

Ik vind het heel menselijk, heel persoonlijk. Het gaat vaak over gevoelens en de tekst is dikwijl zeer poëtisch.

Veel teksten gaan over dagelijkse dingen, heel herkenbaar voor iedereen: liefde, verdriet, eenzaamheid, boosheid over sociaal onrecht.

Neem als voorbeeld het Jiddische wiegelied, waarin de Joodse kijk op de wereld zo prachtig wordt vertolkt. De verwachting die de moeder heeft van het kind is precies wat in de Joodse cultuur belangrijk wordt gevonden: studie. Wat hoopt zij dat haar zoon zal worden? Een geleerde, een “Talmoed chochem”. Die nadruk op kennis, studie en een vroom leven leiden is heel Joods.

Een van de oudste wiegeliedjes die we kennis is het volgende:

 

Gezunt iz di best schoire, main kind wet lernen toire

Toire wet er lernen, sforim wte er sjraibn

A guter un a frumer Jid, wet er, mirtse HaShem, farblaibn.

 

Gezondheid staat bovenaan, (maar dan:) mijn kind zal de Thora bestuderen,

Thora zal hij leren, boeken erover schrijven,

en als G’d het wil zal hij altijd een vrome Jood zijn.

Dansende Chassid

Natuurlijk komen handel en “parnosse” (goede inkomsten) ook veel voor in de liedjes.

 

Er is een grote verscheidenheid in de liedteksten, ze zijn soms heel spiritueel maar ook zo heerlijk aards. Dat zie je ook in dit beeldje wat ik al heel lang heb. Vreselijk kitsch natuurlijk, maar de essentie is duidelijk: De gebogen knieën maken hem aards, de handen reiken naar de hemel. Hij symboliseert voor mij de verbinding tussen deze wereld en die hogere waar wij naar willen.

 

Op een aangrijpende manier heb je nu de Jiddische muziek beschreven. Waar wij nu benieuwd naar zijn is wat jij in die muziek wilt uitdrukken?

Met het Jiddisch ga ik toch terug in de tijd, alhoewel het nog steeds een levende taal is. Wat ik ermee wil is deze muziek vertolken, om de rijkdom van een cultuur die in die vorm niet meer aanwezig is levend te houden. In vorige eeuwen was er een grote Jiddische gemeenschap met een heldere eigen identiteit, die duidelijk terug te vinden in de Jiddische liedjes.

Na een eeuw van assimilatie is het veel moeilijker die identiteit in de hedendaagse cultuur terug te vinden, dat geldt even goed voor andere volken. Dat zie je ook in de muziek terug: in klezmer kringen hoor je die discussie ook: hoe Joods is de hedendaagse klezmer nog? En wat betekent dat Joods-zijn dan?

Soms vragen mensen mij om zelf iets te schrijven, maar dat is iets wat ik helemaal niet wil. Mijn creatieve deel ligt in de vertolking van dat wat er al is in de Jiddische cultuur. Er zijn gelukkig wel mensen (zoals Efim Chorny) die nieuwe Jiddische liederen schrijven, maar zij zijn diep geworteld in de Jiddische cultuur, en dat ben ik niet.

Ik hou van het zingen van die liederen, en erover vertellen. De ziel van de muziek overdragen, mensen ontroeren, het verhaal vertellen. Dat is waar ik inspiratie van krijg en blij van word: als ik merk dat het bij andere mensen gaat leven, als het hen troost geeft in moeilijke tijden. Ik heb al verscheidene keren een verzoek gehad om een specifiek Jiddisch lied te zingen op een begrafenis, wat ik heel bijzonder vind.

Wat mij in de Jiddische cultuur aanspreekt is het sociale aspect, de hoop die er in terug te vinden is, de ontroering van tekst en melodie. En natuurlijk het eeuwige verlangen naar een betere wereld.

 

Ik wil je toch even onderbreken. Je vertelt zo mooi over de expressie van het Jiddische lied. Maar het interview is vooral bedoeld om de expressie van de kunstenaar, de vertolker er van te laten zien. Wat is jouw expressie in deze kunst? Wij zoeken naar het Jiddische in jou!

De manier waarop ik het vertolk is mijn expressie. Laatst zei iemand: “Jij vertelt met je lied echt een verhaal.” En dat is precies waar mijn expressie ligt. Of dat nu typisch Joods is? Ik ken veel mensen, Joodse en niet-Joods, die het Jiddische lied mooi en goed vertolken, dat heeft meer te maken met hoever iemand bereid is zich erin te verdiepen. Het stoort me wel als mensen na een concert met de klezmer band vragen of wij Joods zijn, alsof dat van belang is. Alsof dat alleen een garantie is voor een authentieke vertolking. Wie in de 19e eeuw in een shtetl is opgegroeid zal helemaal echt Jiddische muziek voortbrengen, maar die tijd is voorbij. We zijn allemaal wereldburgers geworden en dus geworteld in een mix van culturen. Mijn expressie van wat ik zing kan ik niet specifiek Joods of niet Joods noemen, maar het Jiddisch zelf is een Joodse expressie.

 

Misschien heb je gelijk, maar laten we eens langs een andere weg zoeken naar jouw expressie. In jouw verhaal zeg je dat het Jiddisch een belangrijke plaats inneemt naast de Engelse taal, waarin je al meer dan 25 jaar onderwijst. Wat is jouw expressie als lerares?

Wanneer je Jiddische muziek wilt overbrengen dan moet je er heel diep induiken zodat je er als het ware mee verbonden raakt. Op dat moment verandert er iets in jou. Deze verandering speelt ook in mijn houding als docent Engels. De laatste jaren streef ik er naar iets meer over te brengen, niet alleen cognitief, maar ook de verbinding, de waarde van en mijn liefde voor die taal. Ik wil mensen er blij mee maken. In het doorgeven van het Jiddische lied slaag ik hier vaak beter in. Ik wil de sfeer en de essentie van de Jiddische wereld doorgeven. Mijn benadering is niet zangtechnisch maar meer emotioneel. Samen zingen heeft een sterke verbindende kracht en kan veel energie geven. Deze liedjes maken mij elke keer weer heel vrolijk en met mijn accordeon neem ik mijn leerlingen mee in een energiestroom die ik van hen weer terug krijg. Het is vaak een bijzonder intens samenzijn met een diepe verbondenheid die heel veel energie geeft. Daarom noem ik Jiddisch de taal van de ziel, en de muziek natuurlijk ook.

Wanneer ik voor mijzelf zing maak ik contact met de muziek en het lied zelf. Wanneer ik voor of met anderen zing dan voel ik mij een medium waardoor de muziek zijn verbinding kan maken met anderen. Van nature heb ik een behoefte om door te geven, en natuurlijk doe ik dat het liefst met wat mij interesseert, wat me ontroert of wat ik waardevol vind. Dat geldt voor mijn werk als docent Engels net zo als in mijn workshops Jiddische zang.

In mijn lezing over het Jiddische lied laat ik een stukje zien van een Amerikaanse documentaire (A life in Song) over Ruth Rubin, een Canadese vrouw die na de oorlog heel veel heeft gedaan om Jiddische liederen te verzamelen. In dat fragment zingen ouderen de liedjes die zij nog kennen uit hun jeugd, heel ontroerend. Het betekent veel voor mij om zoiets bijzonders en zeldzaams door te kunnen geven aan anderen opdat deze rijkdom bij ons blijft. Als ik vervolgens die liedjes weer aanleer en merk dat moeders die ook weer voor hun kinderen gaan zingen, dan maakt me dat heel blij. Ik beschouw dat als mijn “tikoen”, mijn herstel, mijn taak in deze wereld.

 

Mogen we dit als Joodse expressie zien?

Ik vind het moeilijk om het in woorden te vatten. Mijn Joodse expressie is misschien dat ik het positieve, het rijke, het blije en vreugdevolle van de Joodse cultuur wil laten zien. Hier in Nederland wil dat nog weleens overschaduwd worden door het trauma van de Sjoa. Vooral niet-Joden associëren Jodendom vaak met tragedie en slachtofferschap. Liever benadruk ik het léven, de rijkdom en het plezier dat de Jiddische cultuur geeft.

 

Wanneer ik het interview na lees zie ik een strijd die ik vaker ben tegengekomen. Wie is Joods? Wat is Joods? En of de strijd tussen de identiteit = zelfdefinitie en het imago = opgelegde identiteit. Die elkaar enerzijds kunnen overlappen en elkaar anderzijds kunnen beconcurreren. (zie het interview met Ido Abram, die in zijn schijf van 5 hierover verhelderend schrijft). Als vertolkster en als onderwijzeres van het Jiddische lied kan Carla zich helemaal identificeren met de expressie ervan. En dit is zeer inspirerend. Daarom ook dit interview. De verwarring voor mij, de discussie met haar, ontstaat wanneer ik vraag naar de Joodse expressie vanuit haar identiteit. Dan zit ik plotseling tegenover een wereldburger. Dan kom ik in conflict met mijn idee waar de verhalen die ik wil schrijven over moeten gaan: De schoonheid van de Joodse expressie.

In een uitwisseling over deze intentie van het interview schrijft Carla: ‘Joods aan mij is ook het zoeken naar betekenis, de allergie voor "zomaar" leven, opgaan in de wereldse afleiding. Willen weten hoe het zit, dat ook weer door willen geven.’ Deze toevoeging is voor mij genoeg om dit interview toch op te nemen. Want ik herken en erken dit als een zoektocht die alles en iedereen met elkaar verbindt.

 

Kijk op de site van Carla.

 

Kowhai

Michaeli Barak

 

 

Copyright © All Rights Reserved