עצ החיים פורח

De Bloeiende Levensboom

Interviews

Beppie Wildström-Knoop (1938)

Beppie

 

Wie is Bep Branca Wildström-Knoop?

 

Op haar internet site: http://www.wildstrom-knoop.nl vertelt Bep over zichzelf:

Wanneer ik over mijn werk, mijn Kunst, vertel, komt er van alles en nog wat, daarom niet te lang…

Ik ben in Amsterdam geboren en liep al gauw in de diverse musea rond. Daarna volgde de rest. Kunst loopt als een rode draad door mijn leven. Als kind was ik altijd al aan het tekenen. Tekenen is de basis. Eerst de lijn, daarna gebeurt er van alles.

Het mag nooit rammelen, dat staat vast.

Ook was er de liefde voor muziek, mijn viool- en piano opleiding, muziek is voor mij voedsel…

Ik had les van twee 1e violisten van Het Concertgebouw Orkest in Amsterdam. Ik leerde snel want “ik begreep het” en daar gaat het om in de kunst, je moet het begrijpen.

Tijdens het schilderen luister ik voornamelijk naar klassieke muziek. Ik heb in België o.a. in Brussel gewoond en volgde daar verder lessen aan de Academie voor Schone Kunsten. Ook heb ik in Zwitserland gewoond. Daarom is mijn werk ook zo divers. De ontmoeting met diverse culturen hebben een grote invloed op mijn werk. Voor mij geldt: loslaten en werken naar de Essentie.

De diepte in gaan komt uit mijn lijf, uit mijn binnenste.

Het onderwerp uitdiepen, dat was ook waar het op de Academie om ging.

Inspiratie is er altijd, dat is niet zo moeilijk maar wat er daarna mee gebeurt, ja daar gaat het om.

Om het hele gebeuren. De spanning prikkelt mij. Ik ga graag met anderen in gesprek over kunst, over muziek, over schilderen…

“Kom maar op” denk ik dan, “spannend!”.

Filosofie is mij niet vreemd dat zit in mijn Zijn. Respect voor alles waar ik mee bezig ben, stel ik hoog.

 

Enkele van mijn uitspraken:

 

“Weinig is meer”

"Volg je hart en regendruppels zullen kristal worden”

"Schilderen is beter dan niet schilderen”

"Dieren zijn hoogstaand”

 

 

Na twee waarschuwingen: ‘Pas op het afstapje’, komen we in het atelier, het overduidelijke domein van Beppie Wildström-Knoop. In de grote ruimte, waarin het daglicht goed toegang heeft, staan honderden schilderijen, tekeningen, etsen en schetsen netjes geordend. Het geeft de impressie van een vrouw omringd door een belangrijk deel van haar levenswerk, haar ‘kinderen’.

Zo praat ze er ook over.

Wanneer Beppie begint te vertellen komt er inderdaad een stroom van alles en nog wat over ons heen. Zonder dat wat ze ons mee te delen heeft een moment verveeld of langdradig wordt. Ze neemt ons mee in de rijkdom van haar expressies.

Speciaal voor ons, omdat wij haar willen interviewen over de expressie van de Joodse ziel heeft ze enkele van haar schilderijen klaargezet, zoals het schilderij ‘Magen David in stof’.

Magen David in stof

“Ik heb nogal wat Joodse onderwerpen. Ik ben er heel erg mee bezig. Maar als ik exposeer dan koester ik dat voor mijzelf, ik ga er niet mee naar buiten. Wel in Amsterdam of in Joodse kringen. Ik ben heel voorzichtig met mijn Joodse dingen. En waarom? Zelf bescherming, denk ik.”

Na deze bespiegeling neemt ze ons niet alleen mee in de rijkdom van haar expressie maar ook in de schoonheid van haar intimiteit. Waardoor de scheidslijn interviewer geïnterviewde oplost en er een uitwisseling ontstaat op een ander niveau. We behoren als het ware even tot één familie.

“Dit ingeslepen gevoel voorzichtig te moeten zijn is zo herkenbaar! Door onze interviews hopen we bij te dragen aan het besef dat deze periode afgesloten is. De tijd is aangebroken dat we ons hiervan mogen en kunnen, zelfs moeten bevrijden. Anders blijven we slachtoffers terwijl het nieuwe dat ondanks alles ontstaan is staat te dringen om ook gehoord te worden. De tijd is er rijp voor!”

“Ja, daarom heb ik ook meteen ja gezegd toen ik van jullie project hoorde. Ik heb zoveel te vertellen. Ik zou willen vertellen over de vlucht die ik met mijn moeder in 1942 naar Zwitserland moest maken. Mijn vader ging vooruit. Hij stippelde de route uit. In Zwitserland ben ik gek genoeg erg gelukkig geweest. Daar was ik veilig.

Ik keer vaak naar het kamp terug. Nu is het een bejaardenhuis geworden.

Mijn moeder heeft over onze vlucht een prachtig boek geschreven. Dat zou ik zo graag willen uitgeven en een boek van mij over hoe het verder gegaan is eraan willen toevoegen. Maar ik kan niet schrijven. Schilderen kan ik wel. Ik zou nog wel duizenden doeken kunnen schilderen. Als Joodse voel ik mij heel eenzaam. Ik leef met vrienden en kennissen. Familie is er niet. Het zijn allemaal lieve mensen, maar familie is het niet. Ik voel mij ‘anders’ tussen een heleboel mensen. Dat gevoel heb ik vaak. Mijn geschiedenis heeft mij eenzaam gemaakt.

Imaginaire familie

‘Imaginaire familie’

 

 

Het was niet de bedoeling dat ik er was. Maar ik ben er toch! Wij zijn niet kapot te krijgen. Dat is de kracht die ik in mij voel. Vanuit deze wetenschap schilder ik. Van hieruit benader ik alle thema’s die ik schilder.

Ik sta voor een wit doek. Wat komt er uit? Is vaak moeilijk met al die problemen, maar ik schilder en ik wordt gelukkig.”

 

“Waar komt dit geluk vandaan?”

“Het is mijn nesjomme (ziel). Mijn ziel zegt me dat ik heel blij ben, blij om Joods te zijn, blij dat ik dat in mijn schilderijen mag en kan uiten. Nog specifieker, ik voel me erg verbonden met mijn oma, die in Amsterdam achter gebleven was en ik dus nooit gekend heb terwijl zij mij wel gekend heeft. Zij heette Branca, een Portugese naam, mijn ziel heeft iets Sefardisch.”

 

 

“Is deze ziel in jouw schilderijen terug te vinden?”

“Mijn vader zei altijd: ‘Je kunt lachen en niet blij zijn’. Het is zo dubbel als wat. Wat in mij is nou gelukkig of ongelukkig? Mijn ziel? Of ik? Soms kies ik voor de één soms voor de ander. De joodse ziel zit gewoon in me, ik heb dat. Ik kan niet anders zijn. Alles benader ik vanuit deze ziel, ik kan, weet niet anders. Misschien is hij wel gelukkig maar toch is er veel verdriet. Veel verdriet waarover ik nadenk en wat ik tot uiting wil brengen. Ik kan het vaak niet onder woorden brengen. Maar ik ervaar wel dat ik vanuit mijn ziel Joodse toestanden kan schilderen. Dat kan je alleen wanneer je die ziel meegekregen hebt."

 

 

 

Dansen met de Thora rollen

Schilderij: 'Dansen met de Thora rollen'.

 

 

Ze laat ons nog meer schilderijen zien die de Thora rollen tot onderwerp hebben.

“De Thora rollen heb ik helemaal uitgediept. Ze zijn abstract weergegeven. Daardoor ga je jezelf dingen afvragen. Ik ben van de realiteit uitgegaan maar mijn hand maakt er dit van. De realiteit is zo echt, dit is ook echt en toch vraag je je dingen af. Zo kan ik iets vertellen. Ik vertel dat het in mezelf ingebakken zit. Dat ik te maken heb met alles wat in het Jodendom voorkomt. De Thora is mijn houvast. Het is de houvast die wij gemeenschappelijk hebben. Het is de kracht die wij hebben. De wetten en geboden zitten in mij. Ik hoef me er niet in te verdiepen. Ik ben er mee verbonden.”

Thora rollen 2

Thora rollen 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schilderijen: Thora rollen.

 

“Voor mij is de kabbala een levenswijze. Het vertelt mij iets over de levensloop. Ik druk hiermee mijn levensopvatting uit. Dit schilderij heb ik vanuit mijn gevoel geschilderd. Het zijn gevoelsprikkels die ik naar buiten breng. Voor mij zitten er alle elementen in om kracht uit te putten. Daarvoor hoef ik niet naar les. Natuurlijk weet ik er wel wat van, maar ik heb het ook in me!”

 

Kabbala 1

Kabbala 2

Schilderijen: Kabbala

 

 

“De denkende mens, de mens die alles overpeinst. Wat is zijn drama? Ik wil tot uiting brengen wat hij in zijn denken, in zijn overpeinzingen beleeft: ‘Ik doe mijn handen maar voor mijn ogen, want ik weet het ook niet meer.’

Daarmee wordt voor mij het schilderij de denkende mens ook een joods onderwerp. Er is zoveel om over na te denken. Kijk naar mijn geschiedenis. Het was eigenlijk de bedoeling dat ik hier niet zou zitten. Alles was er op gericht dat ik, zoals vele anderen, niet meer op deze wereld zou zijn. Toch ben ik er. Waarom? Een antwoord is niet te geven, niet te vinden. Het gaat ons verstand te boven. Dat ik er ben maakt mij vrolijk. Dat kan je in het schilderij terug vinden. Een antwoord niet. Een overgave? Misschien.”

De denkende mens

Schilderij: ‘De denkende mens’

 

 

“Het schilderij ‘Mijn Familie’ gaat over vroeger. Een soort verwerkingsproces. Ik vraag me dingen af. Ik ben erg bezig hoe de zussen van mijn moeder, die niet teruggekomen zijn, er uit gezien zouden hebben. Zij hebben mij gekend, misschien wel vast gehouden. Ik heb hen nooit gekend. Dit houdt mij bezig. Hun levenskracht, hun levenslust kan ik schilderen. Aan hun gezichten kan ik niet komen. Ze zijn er allemaal nog. Ze zijn allemaal in mij aanwezig. Zoals mijn broer, die onlangs overleden is, nog in mij aanwezig is.

In het schilderij ‘Broer en zus’ kan ik wel gezichten schilderen.

Het verhaal van de zussen van mijn moeder is op een zodanig trieste manier aan het eind gekomen. Het is zo onmenselijk, dat ik het nooit kan verkroppen, dat ik het nooit kan verwerken. Ik had ze graag bij me willen hebben. Ze hadden nu toch al niet meer geleefd. We hadden gelukkig met elkaar kunnen zijn. Ik ben nu ook gelukkig, maar op een andere manier. Met kennissen en vrienden. Niet met familie. Misschien waren er tussen die familieleden ook wel engerds.

Ik heb ook wel eens woorden gehad met mijn broer. Maar dat is wat anders. Ik mis hem wel, zijn muziek, zijn lachen, zijn gijn.

Het contrast tussen beide schilderijen is dat het één iets vertelt over het verlangen naar iets wat ik nooit heb gekend en het andere een beeld geeft van mijn gemis.

Mijn familie

Schilderij: ‘Mijn familie’.

Broer en zus

Het schilderij: 'Broer en zus'

 

 

Een nichtje

‘Een nichtje. Een beeld uit den gemis.: ''Broer en Het volgende

 

Het volgende schilderij raakt Ruthie en mij. Het geeft een beeld weer dat iedereen kent.

De manier waarop is echter anders. Daarom des te indringender. Door de kleuren die er gebruikt zijn. Door de figuur met de Thora in zijn hand, dat boven het beeld lijkt te hangen, is het niet meer de verschrikking waar de aandacht naar uitgaat. Maar naar iets anders. Iets hogers. Iets dat de werkelijke waarheid achter wat er heeft plaatsgevonden meer recht doet.

De aanklacht, de schande, het verdriet, het onbegrip is daardoor veel immenser.

Het is een uitdrukking van het verlies. De verloren schoonheid, de vernietigde wijsheid, het teloorgegane joodse leven. Op de een of andere manier tast dit schilderij niet de eer aan van hen, die het allemaal hebben moeten meemaken. Voor ons is dit expressie van de Joodse ziel. Een ziel die zich richt op het goddelijke, op dat wat ‘heel’ is en nooit vernietigd kan worden. En dus in feite nooit zo afgebeeld mag worden.

 

 

De Holocaust

Schilderij: ‘De Holocaust.’

 

Bep zegt er over: “Ik vraag me zoveel af. Vanuit deze vragen moest ik dit schilderij met een heleboel mensen schilderen. Dit is zo veel en toch komt er een oplossing. Iets van hoger op. Een soort van Tsadik. Een beschermer. Zoveel koffers. Maar ik kan niet zonder die hoop. Iets heeft mij toch ook beschermd, anders zou ik er niet zijn.”

Synagoge op Rhodos

 

Schilderij: ‘Synagoge op Rhodes’

Dit schilderij nemen we mee in de bespreking omdat het frappant is dat Bep net zo gefascineerd is geraakt door deze synagoge als Sanne Terlouw, die wij eerder geïnterviewd hebben.

“Ik ben op Rhodes geweest en daar heb ik een oude vrouw ontmoet. Zij zat voor een prachtige oude synagoge. Zij was een soort bewaakster. Toen zij ons zag schoten de tranen in haar ogen. Met open armen liet ze ons binnen in haar synagoge. Aan die ontmoeting, aan de gevoelens die ik toen had heb ik dit schilderij ontleend.”

 

 

“Wanneer wij naar jouw schilderijen kijken zien we dat je erg kleurrijk bent. Zien we dat je een enorme drang hebt om dingen tot expressie te brengen. Een explosie van expressie hebben wij in jouw atelier ontmoet. Waar komt die expressie vandaan, wat is de bron?”

“Ik ben schilder. Ik wil niet altijd het zelfde schilderen. Ik zoek de contrasten. Anders wordt het een manier, dan ben ik een maniërist. Mijn expressie is levenslust. Ik ben blij dat ik er ben. Dat ik er morgen nog zal zijn.”

 

”Tegenover welk onderwerp dan ook zet jij dus jouw levenslust?”

“Ja, het thema ben ik altijd zelf. Mijn gevoel, mijn verdriet, mijn toekomst en toch ben ik kleurrijk. Mijn kleuren vinden hun bron in mijn levenslust.”

 

Jongetje met accordeon

Schilderij: ‘Een jongetje met accordeon’

 

Tussen al de schilderijen vindt Ruthie een klein schilderijtje dat haar meteen bekoort. Een lief schilderijtje, luchtig. Bep heeft dit in Oostende geschilderd. Gewoon een vluggertje, maar zo intens.

Japan onsteltenis

Schilderij: ‘Japan - ontsteltenis’

 

“Ook dit schilderij is een contrast. Hier schilder ik vanuit mijn shock op het nieuws. Het nieuws over de vreselijke impact van de aardbeving en de tsunamie onlangs in Japan. Inderdaad zijn de kleuren hier anders. Er is nog niet sprake van een verwerking. Het heeft zich beperkt tot een pure weergave van de shock en dat zie je terug in de kleuren die ik gebruik. Een verwerking die ik wel nodig heb, anders zou ik gek worden.”

 

 

‘Een schilderij dat door ons zijn naam krijgt’

Nog naamloos

“Over contrast gesproken. Dit heb ik onlangs geschilderd.”

Beppie laat ons een schilderij zien dat héél anders is en ons toch meteen pakt en niet meer loslaat. Eén kleur blauwgroengrijs. De penseelstreek geeft de indruk dat de kleur er met veel aandacht voor het detail is op gebracht. Ik (Michaeli) krijg tranen in mijn ogen. Na alles wat we bij Beppie gezien en gehoord hebben is dit zo mooi. Zoveel rust gaat er vanuit. Een rust waar ook ik naar verlang. Soms ook ken. Daarom pakt dit schilderij me zo. Ik kan er meteen een naam aan geven wanneer Beppie zegt dat het nog geen naam heeft: ‘Shalom’.

 

Wanneer we dit schilderij gezien hebben zijn we meteen instaat drie schilderijen naast elkaar te zetten. Een drieluik. Drie facetten in een proces van verwerking.

 

Kabbalah 1

 

 

 

 

 

'kabbalah'

De denkende mens

'De denkende mens'

 

sjalom

 

 

 

 

'Shalom'

 

Voor ons staat hier, gesymboliseerd in deze drie doeken, een proces in de expressie van de Joodse ziel, die Beppie in zich aanwezig weet. Een ontwikkeling, die plaats vindt door vanuit de spirituele erfenis van haar Joodse voorouders en de vertaling hiervan door de denkende mens, in zijn beelden te komen tot een rust, een aanvaarding.

Wanneer we de schilderijen zo neerzetten herkent Beppie zich er meteen in. En is er blij mee. Zo blij dat ze meteen toezegt dat ze op de piano iets zal improviseren dat dit proces weergeeft. Zodat ook haar muzikale expressies in dit interview aan de orde kan komen. Want voor haar bestaat er geen contrast tussen de musicus en de schilderes in haar: “Het is een samenspel. En dit samenspel heeft mij gevormd tot wie ik nu ben! Een gelukkige joodse ziel.”

 

Voor jou, Beppie, omdat je ons toegelaten hebt in jouw intimiteit, een gedichtje. Een gedichtje over sjaloom, dat Ruthie in 1996 geschreven heeft:

 

 

Sjaloom....

 

Sjaloom,

jij die bij

mij hoort,

jij die

mij verstaat,

jij die

er bent

zoals

ik er ben.

 

 

Sjaloom....

de bomen op het veld,

de dieren in het woud.

 

Sjaloom....

het leven in het water.

 

Sjaloom....

de strijders,

de kinderen van de oorlog.

 

Sjaloom....

de helden,

de moedigen van hart.

 

Sjaloom....

die het leven bemint,

 

wat elke dag begint.

 

Sjaloom....

de dromen van morgen,

de kinderen van vandaag.

 

Sjaloom....

de bewaarders van het woord.

 

Sjaloom....

de verhalen van gisteren,

de ouders van nu.

 

Sjaloom....

de volken,

die zijn

zoals de wolken

in de lucht.

 

Sjaloom....

voor hen,

die mij kennen

en weten, die zien

de vogels van

het noorden, die

trekken naar

het zuiden, de

reizigers op weg,

voor hen: "Sjaloom!!!!"

 

Kowhai

Michaeli Barak

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright © All Rights Reserved

 

 

 

 

 

Ons Logo